Toetsen en beoordelen.

Toetsen en beoordelen

De determinatie en de voorbereiding van leerlingen op het eindexamen is voor een groot deel gebaseerd op toetscijfers. Daarom is het belangrijk te weten of de toets betrouwbaar en valide is en het cijfer voldoende voorspelbaar is voor volgende leerjaren.
Om iets te kunnen zeggen over de validiteit en betrouwbaarheid van de toetsen, kan je nagaan welke leeractiviteiten de docent de leerlingen wil laten ervaren bij het volgen van zijn lessen en wat hij dus wil toetsen.
Bij het onderscheiden van de leeractiviteiten gaan we uit van het OBIT-model (Onthouden, Begrijpen, Integreren en Toepassen). Het effect van deze leeractiviteiten is dat reproductieve activiteiten (zoals onthouden en begrijpen) veelal in het kortetermijngeheugen terecht komen, terwijl integreren en toepassen leeractiviteiten zijn die sneller in het langetermijngeheugen worden opgeslagen. Dit zorgt ervoor dat een leerling in de bovenbouw de leerstof nog kan oproepen.

Het onderscheiden van leeractiviteiten is voor elke leerling op niveau nodig. Leerlingen op vmbo, havo en vwo hebben allemaal baat bij een gevarieerd aanbod qua leeractiviteiten. De OBIT-verhouding in een toets heeft echter gevolgen voor de voorspellende waarde van de cijfers en het is raadzaam om een doorlopende leerlijn te ontwikkelen die qua verhouding gericht is op de verhouding tijdens het centraal examen. Het kunnen onderscheiden van leeractiviteiten dient als basis om het onderscheid te maken tussen vmbo- havo- en vwo-niveau. Het gaat dan om complexiteit van deze genoemde leeractiviteiten. In de trainingen komen de volgende onderdelen aan bod:

  • nagaan of huidige toetsen bestaan uit gewenste leeractiviteiten
  • de kwaliteit van toetsen (valide en betrouwbaarheid m.b.v. OBIT)
  • doorlopende toetslijn
  • onderscheiden van niveaus in toetsen
  • verbeteren van toetsen
  • taal in toetsen
  • lay-out
  • borgen van de kwaliteit van toetsen
Back to Top